Wat is liquiditeit?
Liquiditeit is de mate waarin een bedrijf zijn kortlopende schulden kan betalen met zijn beschikbare middelen. Simpel gezegd: heeft het bedrijf genoeg cash en snel converteerbare activa om de rekeningen van de komende maanden te betalen?
Een bedrijf kan winstgevend zijn op papier, maar toch in betalingsproblemen komen als de cash niet tijdig binnenkomt. Liquiditeit is daarom een even belangrijke indicator als winstgevendheid — en wordt door banken, leveranciers en investeerders nauwlettend gevolgd.
De twee belangrijkste liquiditeitsratio's
Er zijn twee gangbare ratio's om liquiditeit te meten: de current ratio (vlottende ratio) en de quick ratio (zuurtest). Ze meten hetzelfde concept, maar met een verschil in strengheid.
1. Current ratio (vlottende ratio)
Formule
Current ratio = Vlottende activa / Kortlopende schulden
De vlottende activa (rubriek 3–5 in de Belgische jaarrekening) omvatten:
- Voorraden en bestellingen in uitvoering
- Handelsvorderingen (openstaande facturen)
- Liquide middelen (cash, bankrekeningen)
- Overige vlottende activa
De kortlopende schulden zijn alle verplichtingen die binnen 12 maanden vervallen: leveranciersschulden, kortlopende bankleningen, belastingschulden.
Rekenvoorbeeld
- Vlottende activa: €320.000
- Kortlopende schulden: €210.000
Current ratio = 320.000 / 210.000 = 1,52
Dit bedrijf heeft voor elke €1 aan kortlopende schulden €1,52 aan vlottende activa — een gezonde buffer.
Benchmarks current ratio
- < 1,0: kritiek — vlottende activa dekken kortlopende schulden niet.
- 1,0 – 1,2: zwak — weinig marge, kwetsbaar bij vertraging in betalingen.
- 1,2 – 2,0: gezond — gangbaar voor de meeste Belgische KMO's.
- > 2,0: sterk, maar kan ook wijzen op inefficiënt werkkapitaalbeheer.
2. Quick ratio (zuurtest)
Formule
Quick ratio = (Vlottende activa − Voorraden) / Kortlopende schulden
De quick ratio is strenger: voorraden worden uitgesloten omdat ze niet altijd snel in cash kunnen worden omgezet. Een voorraad producten die maanden in een magazijn liggen is moeilijk te gebruiken om volgende week een leverancier te betalen.
Rekenvoorbeeld
- Vlottende activa: €320.000
- Voorraden: €95.000
- Kortlopende schulden: €210.000
Quick ratio = (320.000 − 95.000) / 210.000 = 1,07
Zonder voorraden is de liquiditeitspositie beperkter, maar nog steeds boven de kritische grens van 1,0.
Benchmarks quick ratio
- < 0,7: kritiek.
- 0,7 – 1,0: matig — afhankelijk van sector.
- > 1,0: gezond.
Current ratio vs. quick ratio: wanneer gebruik je welke?
Gebruik de current ratio voor een algemeen beeld. Gebruik de quick ratio voor sectoren met grote voorraden — handel, industrie, horeca — waar voorraden niet snel liquide te maken zijn. Voor dienstenbedrijven (consultancy, IT) zijn beide ratio's nagenoeg gelijk omdat er weinig voorraden zijn.
Wat beïnvloedt de liquiditeit?
- Betalingstermijnen klanten: lange betaaltermijnen (60–90 dagen) drukken de liquiditeit.
- Seizoensgebondenheid: horeca, toerisme en retailbedrijven hebben sterk schommelende liquiditeit doorheen het jaar.
- Voorraadrotatie: trage voorraadrotatie bindt cash vast.
- Kredietlijn bij de bank: een ongebruikt kaskrediet telt niet mee in de ratio, maar biedt wel een vangnet.
Liquiditeitsproblemen vroeg detecteren
Een dalende current ratio over meerdere jaren is een vroeg signaal van verslechterende liquiditeit — zelfs als het bedrijf nog winstgevend is. Combineer de ratio altijd met de evolutie van handelsvorderingen en leveranciersschulden voor een volledig beeld.
Liquiditeit automatisch berekenen met Creya
Creya berekent de current ratio en quick ratio automatisch op basis van de meest recente jaarrekening bij de NBB. Je krijgt ook een sectorvergelijking zodat je direct ziet of de liquiditeitspositie sterk of zwak is ten opzichte van vergelijkbare bedrijven.
Conclusie
De current ratio en quick ratio zijn eenvoudige maar krachtige instrumenten om de kortetermijngezondheid van een bedrijf te beoordelen. Een current ratio boven 1,2 en een quick ratio boven 0,8 zijn goede vuistregels voor de meeste Belgische KMO's. Maar vergeet niet: context telt — vergelijk altijd met de sector.
